Door evenwel doelbewust door te fokken met die honden die deze eigenschap wel bezitten, is het duidelijk, dat men ten slotte een ras of een stam krijgt, waarin de meeste honden deze eigenschap zullen hebben. Op deze wijze kan men zich voorstellen hoe de Spanjaarden, mogelijk de Moren waarvan sommige menen dat de Spanjaarden deze honden kregen, enkele van hun jachthondenrassen door inteelt tot „Staande hond” maakten. Zonder twijfel zijn de Staande honden rassen afkomstig van de oude „Vogellohnd”. In Engeland kende men de „Setting” spaniel, kennelijk de voorloper van de Setter. Maar ook op het vasteland van Europa kende men Vogelhonden, die als Chiens Couchant of Leghhonden de plaats van het wild voor de jager met het net moesten aanwijzen. (Ten tijde van de jacht met het net, was de Staande hond nog een Liggende hond, die op die wijze de hoenders anwees. Bij het toeslaan van het net over de hoenders werd ook de hond door het net bedekt, vandaar het „voor-liggen”). De Britse Staande honden, de Pointers en de Setters zijn de Staande honden par excellence. Werden zij aanvankelijk in Engeland behalve voor zoeken en voorstaan ook als apporteur gebruikt, in het midden der vorige eeuw kwam men tot de conclusie, dat het nutteloos is wild te schieten dat niet kan worden gevonden. Men zocht toen naar een ras in het bijzonder geschikt als apporteur en verloren zoeker, met als resultaat dat dit de Retriever werd. Pointer en Setter werden toen uitsluitend voor het Staande honden werk gebruikt. Merkwaardig is dat thans, onder de drang der financiële noodzaak, weer getracht wordt zoveel mogelijk werk door één hond te laten doen en men Setters en Pointers weer wil laten apporteren. Daar de Brit naast werkeigenschappen ook bij zijn werkhouden uiterlijk schoon zeer waardeert, zijn de Pointers en Setters zeer elegante verschijningen.

DE POINTER.

Deze kortharige variëteit van de Engelse Staande hond is zoals wij hem tegenwoordig kennen, zonder twijfel het resultaat van de fokkerskunst van de Britten. Het is al een oud ras, reeds in de 15e eeuw schilderden Italiaanse meesters honden met een uitgesproken Pointer-type. Hij moet dus reeds vroeg in Italië zijn voorgekomen. Van Italië kwam hij ook in Spanje terecht. In de 16e eeuw waren in Spanje reeds twee slagen van kortharige Staande honden, het ene de Navarroen, een zwaar en fors type met de lange oren van de Brak, het andere veel lichter, kennelijk het uit Italië afkomstige slag. Arkwright, de grote Pointer kenner uit het begin dezer eeuw, neemt aan dat deze twee slagen de huidige Pointer, soms nog sterk in twee typen te onderscheiden, zou afstammen. Het lichte slag, wat tegenwoordig wel het Zuid-Europese type wordt genoemd, was later zeer gewild in Frankrijk, waar het door de koningen Lodewijk XIV en Lodewijk XV in de koninklijke kennels werd gefokt. In Engeland kwam de Pointer uit Spanje. Men sprak dan ook van Spanish Pointers, die na de Spaanse Successieoorlog door Engelse officieren zouden zijn meegebracht. Dit was ongeveer in 1715. Uiteraard zijn de beide typen ook gekruist, zoals een schilderij van 1725 ons toont, waar de Hertog van Kingston tussen twee vrij lichte Pointers staat afgebeeld. Reeds in de 18e eeuw voldeed de zware en dus wat langzame Spanish Pointer niet meer op de jacht. De verbeterde geweren eisten een snellere en dus wat lichter, meer racy gebouwde hond. Teneinde deze te verkrijgen werd met lichte Foxhounds gekruist. Maar merkwaardig genoeg werd deze Foxhound ook gebruikt om de wel heel erg lichte Pointer wat forser te maken. Door deze kruisingen heeft men in hoofdzaak wel dat verkregen wat men wenste, een wat snellere Pointer. Maar ook kwam bij vele de totaal andere wijze van jagen van de Hound, met lage neus op het spoor, tot uiting. Later heeft men dan ook weer de grootste moeite gehad de niet gewenste gevolgen van deze kruisingen ongedaan te maken. Arkwright veroordeelde alles wat naar de Foxhound zweemde zeer sterk. Zefls tegenwoordig is aan vele Pointers, voornamelijk van het zwaardere Engelse slag, nog wel aan kleinigheden de

Foxhound inkruising te herkennen, zoals bijvoorbeeld de kleine, ronde kattenvoeten, dikke staarten, lange gevouwen oren en dergelijke meer.

Maar het ergste is, dat men door deze kruisingen het zo typische Pointer hoofd, met de iets oplopende neusrug, grotendeels heeft verloren. Gelukkig heeft men dit in Engeland zelf ook reeds erkend, zodat men thans ernstig tracht dit typische hoofd weder terug te fokken.

In Zuid Europa, Frankrijk en Italië heeft men een lichter slag Pointers dan in Groot Brittannië, waarschijnlijk de rechtstreekse afstammelingen van het lichte Italiaanse slag. Deze hebben nog het typische Pointer hoofd en de voor de Pointer zo karakteristieke dunne staart, de z.g. „pijpensteelstaart”. Door hun soms wel heel erg brede schedels en hoog aangezette oren, mede door de nogal eens erg overdreven wipneuzen, lijken hun hoofden veel te kort. Mogelijk dat men vroeger in Rusland zeer typische Pointers heeft gehad. In Zweden en Denemarken, waar de Pointer op zeer hoog peil staat en voor de jacht zeer gewild is, vooral in Denemarken, voert men ter verbetering nog steeds Finse Pointers in.

Ook in Tsjecho Slowakije schijnen zeer typische en goede Pointers te zijn. De Pointer is een prima jachthond, zeer snel en ruim veld nemend. Dat hij dus een prima neus moet hebben, is duidelijk. Hij is dan ook vele malen gebruikt ter verbetering van andere staande honden rassen. Voor onze Nederlandse omstandigheden jaagt hij zelfs wel wat al te ruim. Als huishond is hij meestal goed waaks, moedig en flink. Maar hij moet voldoende beweging in galop, niet alleen een blokje om aan de lijn, kunnen krijgen, anders loopt men de kans dat hij kribbig wordt.

In bouw is hij een van de elegantste jachthonden, zijn voorname afstamming tonende in ieder spier en alle houdingen en bewegingen. Hij staat tot de gewone hond zoals het Engels volbloed paard tot het werkpaard staat.

De vier eisen voor een goede Pointer zijn: snelheid, uithoudingsvermogen, intelligentie en neus. Om deze te verzekeren moet de hond gebouwd zijn op snelheid, als galoppeur. Niet te breed van borst, lange schuine schouder, kaarsrechte voorbenen (als „geweerlopen” zegt men wel), sterke, niet te grote voeten en krachtige middenvoeten. Vrij kort van rug, met zeer sterke, licht gebogen lendenen, goed gebogen ribben, een zeer krachtige achterhand, met niet te hoog geplaatste spronggewrichten.

Het hoofd, dat al zoveel pennen in beweging heeft gebracht, moet in elk geval, zoals bij alle staande honden, een lange en vierkante voorsnuit hebben, waarbij de lippen iets overhangen. Een duidelijk zichtbare stop en een niet te brede, vrij vlakke schedel. Het oog niet te groot en zeker niet uitpuilend. De oren beneden de schedellijn aangezet, niet te lang, doch eerder aan de korte kant, vlak tegen het hoofd aanliggend. De staart moet in een zeer fijne punt uitlopen, niet te lang zijn en recht, op een lijn met de rug worden gedragen. Deze aan Arkwright ontleende beschrijving van de Pointer, kan ook heden ten dage nog gelden, al sloeg zij dan op de nazaten van de Spaanse pointer. Het hoofd wensen wij nu nog wat karakteristieker, waarbij de wat opgerichte neusrug met een grote neusspiegel, de indruk van een wipneus geeft.

De meest voorkomende kleuren zijn: geel en wit, leverkleurig en wit (beide met bruine neus en voetzolen), oranje en wit en zwart en wit. (Hierbij zijn neus en voetzolen zwart gekleurd). Er bestaan ook éénkleurige Pointers, al ziet men die tegenwoordig niet vaak meer. De éénkleurige Oranje Pointer uit Denemarken, heette vroeger de „Hertha Pointer”. Driekleurige Pointers zijn toegestaan, maar worden als ongewenst beschouwd, daar dit nog op de Foxhound kruisingen zou wijzen.

Helaas is er de laatste jaren maar weinig liefhebberij in ons land voor deze prachtige athleet onder de Staande honden. Op tentoonstellingen verschijnt er slechts hoogst zelden een, in het veld is de toestand al niet veel beter. Jammer, want hij verdient zeer zeker meer aandacht. Laten wij hopen, dat er binnenkort weer een of meer liefhebbers zullen opstaan, ten einde hem zijn plaats ook in ons land als buitengewoon fraaie, prettige en goede hond terug te geven.