U.S.A. Gelijk met de reu ging ook de teef „Fairy”. Zij hadden beide ronde ribben en een diepe borst. En alhoewel er een hele discussie ontstond over de Laverack-stambomen van deze honden, heeft Mr. Raymond de Engelsen maar laten kletsen, daar hij bijzonder ingenomen was met zijn beide jachthonden. In de Kennel Gazette van Augustus 1982 schrijft Mr. Quain: „Pride hunted well with his head up in the air. His style of pointing „made you feel good” and he doubted if this dog had been trained in America so that country's game and cover, if he could have been beaten.

Hoewel Mr. Raymond nooit met zijn honden adverteerde waren 46 van de 56 Laveracks die toen in de U.S.A. waren, nakomelingen van „Pride of the Border”.

Doch ook in de showring deden de Laverack Setters het erg goed. Velen waren nakomelingen van Laverack Setters. Verschillende beroemde Setters, met kennersnamen zoals Shiplake van Mrs. King en Sunlop zijn naar Nederland gekomen. Na Laverack hebben de Setters van R.I.P.L. Llewellin (1873-1925) veel bekendheid gekregen. Hij begon met een door Laverack gefokte teef Countess 1485 en Prince 1399, daarna kocht hij Nellie 1533. De teef Countess was uitmuntend. Nellie was een prima jachthond. Niet groot doch zij werd veel bewonderd. Nellie was van dezelfde afmeting als Countess doch niet zo snel. Het waren honden die behoorden tot Laveracks beste maketingen. Zij waren beide show-champions. Ook zij hadden beide ronde ribben en een diepe borst. Llewellin heeft gezorgd voor 160 Setters die in het stamboekenboek werden opgenomen. En waarvan de meeste veldwedstrijden hebben gewonnen. Doch ook bij Llewellin waren diverse stambomen niet correct. Hele discussies hadden plaats tussen Engeland en America over de nakomelingen van deze 2 Setter kennels. Een Engelse Setter was de eerste hond die in het Amerikaanse Stud book werd opgenomen.

Sinds Mr. Raymond in 1874 zijn beroemde Setters „Pride of the Border” en „Fairy” van Laverack kocht zijn vele Laveracks, doch ook Llewellin Setters de oceaan overgestoken. Men gaf in de USA de voorkeur aan de veldwedstrijden boven de showring. Het is bekend dat Llewellin diverse malen gekruist heeft met Gordon Setters en ook met Ierse Setters. Hij was niet vlug tevreden.

In Nederland was het de heer G. J. van der Vliet uit Oostveen (1875-1909) die de eerste Engelse Setter importeerde. Sinds dien kwamen er diverse honden o.a. door Mevr. B. H. Paine Stricker te Beusichem. Zij importeerde de bekende Ch. Malloryd Mumn. De stand van de Engelse Setter was in die dagen ook bijzonder hoog.

In 1910 werd in Nederland de Ver. van Liefhebbers van de Engelse Setter opgericht. Men had meer contact met de Engelse Kennels, doch nog niet met de Amerikaanse. Het was Hans Sleegers die voor het eerst zijn puppie teefje in 1977 uit Canada liet komen: „ Culmstock Leighton Blaze”. Zij werd gevolgd door de teef Sunstone's Black Sefronia in 1981. Deze 2 lieten ze drachtig overkomen. Vader van was Am. Ch. Leighton's Top Choice en Am. Ch. Sunstone's Grey Sasquiatsh van Peter Elwell en Marschall in Canada. Een heel mooie teef Fairray Charming Orange Daisy fokte Hans Sleegers met de reu Prairies Peaches momenteel in Zwitserland verblijft. Daisy is op jonge leeftijd door een noodlottig ongeval om het leven gekomen. Na het opeten van een rolverbandgaas, een heeft een operatie de ingewanden van Daisy niet meer kunnen redden.