De Amerikanen hebben hun eigen standaard samengesteld, die zeer weinig verschilt van de Engelse standaard. De Amerikanen hebben een 4e kleur toegestaan, nl. de geheel witte Setter.

Terwijl de Engelse de vlekjes prefereren. In type is er echter verschil. Vooral in de vorm van de schedel. De schedels van de Engelse Setters, zowel als de Amerikaanse meest van geweld zijn, doch er komen veel vlakke schedels voor. De lichamen van de Amerikaanse zijn meer solide, tenminste de goedgebouwde. De foto's vertellen u er wel meer van.

Faust van de Volmolen/Engels

Malnasett Breakaway/ Engels

Fairray Unique Orange Bonito/ Amerikaans

Engels/Amerikaans

Fairray Charming Orange Daisy/Am

Doordat dit ras oorspronkelijk uit de Spaniels is gefokt vertoont het temperament wel enige overeenkomst. Ze zijn lief doch hebben ook het eigenwijze, eigengereide trekje, het doorzetten wat de Spanielrassen tot drijfhonden heeft gemaakt. De Engelsman Llewellin heeft bij zijn kruisingen altijd getracht om dat trekje kwijt te raken, tot hij op het laatst een strain had die dat miste.

In ieder geval zijn het elegante sierlijke honden die iedereen door hun schoonheid waardeert. De fokkers hebben de laatste jaren meer op schoonheid dan op de werkcapaciteiten geselecteerd. Laten wij hopen dat er binnenkort een fokker komt die met zijn mooie honden de velden in gaat, zodat deze eigenschappen niet verloren gaan.

Sh.Ch. Iroquois Whiteseal Silvermorn Geb. 24 -9-1968 Blue belton & Tan Sh.Ch. Lad of the Haar x Wolvershill Shadow F.: mrs. V. Neil Eig. Lesley Allan Scott

Bron: de Hondenwereld/Tekst: Ploon de Raad. Foto voorpagina: Mrs. Sally Ann Thompson.