Toen in Amerika de hondententoonstelling meer terrein begon te winnen, werd ook daar van de jachthond een showhond gemaakt. Het verschil met Engeland was echter dat men hier van de Llewellin Setter, een pure werkhond dus, een showhond ging maken. Tot overmaat van ramp maakten de Amerikanen ook een eigen rasstandaard voor 'hun' Engelse Setter. Een standaard die nogal afweek, en afwijkt van de standaard die in Engeland, en dus in alle FCI-landen, van kracht is.
Aan de hand van de rasstandaard en door middel van foto's zal ik proberen het verschil in de drie typen uit te leggen. Doordat sommige details in het typeverschil door middel van foto's moeilijk weer te geven zijn beperken we ons tot de echt zichtbare verschillen. Het hoofd moet volgens de standaard zijn, redelijk droog met een duidelijk aangegeven stop. De schedel is ovaal van oor tot oor met veel ruimte voor de hersenen en met een duidelijke achterhoofdsknobbel. De voorsnuit matig diep en tamelijk vierkant, van neuspunt tot stop even lang als van stop tot achterhoofdsknobbel. Brede neusgaten en de kaken bijna even lang, lippen niet te sterk overhangend; neuskleur zwart of leverkleurig afhankelijk van de kleur van de beharing.
De foto van het Engelse hoofd toont een bijna ideaal hoofd. Het hoofd is wel lang maar toont toch bijna vierkant. De rasstandaard zegt immers dat de snuit bijna vierkant moet zijn en dat de verhouding van de snuit en de rest van het hoofd gelijk moet zijn. Met andere woorden: het gehele hoofd moet een tamelijk vierkante indruk maken. Het hoofd is redelijk droog en heeft een duidelijk aangegeven stop. De ogen zijn amandelvormig en hebben een uitdrukkingsvolle, zachte expressie.
Als we nu het hoofd van de Amerikaan bekijken zien we onmiddellijk dat dit hoofd niet vierkant toont maar zeer lang. De snuit mist de diepte om deze vierkant te doen lijken, en het hoofd is te droog waardoor het geheel een harde indruk geeft. Door het almaar langer fokken van het hoofd is het hoofd ook smaller dan gewenst en de duidelijk aangegeven stop is gereduceerd tot een sober glijbaantje. De schedel is niet meer ovaal van oor tot oor maar is van boven plat en alleen bij de ooraanzet ovaal. Doordat de schedel niet meer ovaal is fokt men in Amerika de ooraanzet ook onder de ooglijn zodat de ooraanzet toch laag is. Bij een ovale schedel, zoals bij de Engelse, zit het oor op één lijn met het oog zoals het hoort. Het Amerikaanse hoofd voldoet echter wel aan de Amerikaanse standaard. Deze zegt immers dat het hoofd lang en droog moet zijn en ovaal van bovenaf gezien. Het oog wil de Engelse standaard ovaal en hoe donkerder hoe beter, met alleen voor de leverkleurige een uitzondering, deze mogen geel zijn. De Amerikanen willen een groot rond oog en voor de leverkleurige wordt geen uitzondering gemaakt. Volgens de standaard moet het gebit compleet en scharend zijn. De Amerikaanse standaard staat ook een tanggebit toe.
Bij het hoofd van de werksetter valt meteen opdat dit zeer kort en breed is zonder dat het een zwaar hoofd lijkt. De lippenpartij is veel strakker dan die van de twee voorgaande showsetters. Het bijgeloof wil namelijk dat een diep uitgesneden bek met veel lip een teken van luiheid en vadsigheid is. Het oog is klein om beschadiging tijdens het werk te voorkomen en de blik is fel en staat op oneindig. Zelden zie je een werksetter met een mooi en door de standaard vereist hoofd. En er is niet een voorjager die hier een verklaring voor heeft. Ik zie niet in waarom een Engelse Setter met een door de standaard vereist hoofd, zij het in wat mindere proporties, niet zou kunnen jagen.