Dan waren er nog eenige andere Norna nakomelingen, thans van Ch. Factor of Ardagh. Zij waren wat anders in hoofd, meer hun vader. Van dit nest is Borrowdale Brandy in Holland. De beste leek mij Borrowdale Fedora, een teef, maar ook Bartolo en Norina zijn beiden pracht lieren.
Borrowdale Cora, een teef van Ch. Grellan of Matsonhouse en Ch. Borrowdale Carmen, is thans mijn eigendom, doch blijft nog in Engeland om daar eerst gedekt te worden. In een van de buitenkennels liep een stel van 4 ongeveer 3½ maand oude puppies van Gunther. Een ervan, een reutje, had een prachtig hoofd maar ik vrees voor zijn schouders. Dan waren er nog 4 heel jonge puppy’s gefokt door Mrs. Ingle Bepler, van Rheola Bendickon, een zeer veel belovend stelletje. Alle honden waren in schitterende conditie en prachtig gespierd. Capt. Mears’ de kennel manager, heeft eer van zijn werk!
Een kleinere kennel, doch met een paar goede honden was de Dendy Kennel, van Miss M. B. Sadler. Zij heeft eenige Gordons, Bydand honden. Als reu is hier Bydand Clansman. Groote, niet overzware, uitstekend behaarde hond, met een, hoewel op zichzelf niet zoo slecht, voor zijn groote lichaam veel te klein hoofd. De twee teven, nestzusjes, konden mij beter bevallen. De beste van de twee is zonder twijfel Bydand Braw Lass, groote, forsche teef, naar mijn gevoel iets aan de grove kant.
Het nestzusje Bydand Blue Bonnet is, hoewel sterk in type gelijkende op Braw Lass, in alle opzichten iets minder. Er waren drie pups uit een nest van Peter of Crombie en Braw Lass, 2 reuen en 1 teef. Buitengewoon goed nestje, vooral een der reutjes is m.i. een zéér veel belovend hondje. Mooi, met al te grof kopje, prachtkleur, en veel adel door zijn prachtige lange hals.
De kennel bevat verder nog een oude Iersche teef, n.l. Lady at Law. Mooi, wat ouderwetsch type, met een heel aardig hoofd. Een jongere Iersche teef Nutbrown Silk, nestzuster van Nutbrown Showman, had een uitstekend type, maar was te klein en wat laag op de beenen. Door haar afstamming en type toch een uitstekende fokteef.
De laatste kennel die ik bezocht, was de Hartsbourne Iersche Setter Kennel van Mrs. E. Walker. Ook dit was geen groote, doch een zéér selecte kennel. Als eerste moet ik hier noemen Ch. Hartsbourne Vanity. Typischer, eleganter, adellijker Ier kan ik mij niet voorstellen. Zij is onvergelijkbaar en steekt een eind uit boven de andere Ieren, die ik in Engeland zag.
Deze Benedict dochter heeft slechts één nest gehad en daar zij toen zéér erg ziek is geweest, zoo erg dat men ernstig voor haar leven vreesde, durft haar meesteres geen tweede nest met haar aan. Een van haar dochters was nog in de kennel, n.l. Hartsbourne Virtue van Rheola Palmerin. Mooie teef, met een zeer mooi hoofd, was juist nog al kreupel, zoodat ik haar niet in beweging zag. De oude Hartsbourne Jewel, de moeder van Vanity is eveneens een zeer typische teef, met een goed, hoewel wat kort hoofd. In elk geval, door haar product Vanity een zeer waardevolle fokteef.
De twee reuen zijn Hartsbourne Hector en Hartsbourne Galloper of Gadeland. Hector is op vrijwel dezelfde wijze gefokt als Vanity. Vader is ook Benedict, moeder Ch. Hartsbourne Jade, een nestzuster van Jewel. Mooie hond, met mooi lang hoofd en pracht kleur. Dezelfde beschrijving is van toepassing op Galloper, die echter nog wat los in elkaar zit, een jeugdfout (hij was pas 20 maanden) en wat angstig is. In type doet Galloper erg aan zijn vader Hector denken.
In de kennel waren verder nog een 7-tal puppy's. 4 ervan waren van Pattatoo, uit Virtue, 10 maanden oud. Mooie veel belovende honden, met zeer lange, haast te lange hoofden en zeer mooie kleur.
Dan waren er 2 puppy's van Ch. Son of a Gun of Gadeland, uit Hartsbourne Rosa, oud 7 maanden. Goede pups, echter vond ik die van Pattatoo beter. Verweg het beste puppy was een 11 maanden oude reu van Hartsbourne Hector. Prachtige racy-hond, niet overdreven in hoofd, zeer mooie kleur en een schitterende lange hals. Daarbij stond hij voor een hond van 11 maanden reeds zeer goed op zijn beenen. Als dit hondje zoo verder opgroeit, wordt het een eerste klasse Ier.
G. J. VERWEY.