De tweede kennel die ik te zien kreeg was de „of Daven” Gordon Setter Kennel van Mr. en Mrs. Hall op ongeveer 12 mijl afstand van de Withinlee kennels gelegen. In deze kennel werden ongeveer een 20 Gordons gehouden.
Als eerste kwam te voorschijn de 9-jarige Peter of Crombie. Een reu van het ideale Gordon type. Niet te zwaar, maar een groote forsche hond met veel adel en een echte Gordon kop. Zijn front was abominabel slecht. Deze reu is een der stamvaders van de Gordon in Engeland, een kapitale hond.
Om met de reuen door te gaan kwamen daarna Day of Daven en Jester of Daven hun opwachting maken. Day is van een zeer matig type, erg windhond-achtig, met een zeer lange muzzle en veel te licht tan. Jester is zoo mogelijk nog minder! Beide zijn typische nakomelingen van Ch. Bouncer of Ardale. Day is een zoon van Janet of Daven die van Bouncer is en Jester is bij Bouncer uit June of Daven (zuster van Prudence).
Als vierde was Ailfer of Daven eveneens geen ster. Bij Peter of Crombie uit Janet. Op Peter of Crombie na, konden de reuen mij slechts matig bekoren, erg windhond-achtig, veel te fijn in hun hoofd, maar allen met een schitterende beharing.
Bij de teven gaat de, in Engeland onverslaanbare, Ch. Dawn of Daven ver vooraan. Nu toonde zij zich niet op haar voordeeligst. Uit het haar en veel te dik. Hierdoor kwam haar gebrek aan „bone” nog sterker uit. June of Daven, volle zuster van Prudence, heeft een vrij aardig type, maar is veel te klein, zonder stop en erg licht van kleur.
Dan was er nog een teef ingefokt op Ch. Bouncer of Ardale, die meer van een zwart-gele Saluki dan van een Gordon had. Heel hoog op de beenen, vlakke ribben, lange, smalle, snipy kop en een prachtige pluimstaart, daarenboven ontzettend angstig. Een vreeselijk beest. Een goede teef bij Cliquot of Daven, nog niet geregistreerd, met een iets te kort hoofd, belooft een der beste te worden. Twee jonge reutjes van $\pm$ 5 maanden, uit Janet, vertoonden hetzelfde Bouncer type. Er was een goede teef pup bij Peter of Crombie en, ik meen, June of Daven. Dit was een zeer veel belovend hondje, maar ontzettend zenuwachtig en angstig. Eerlijk gezegd, was ik vrij ernstig teleurgesteld over het mij getoonde materiaal. Ik geloof dat het ontzettend jammer is dat in deze kennel Bouncer voor de fokkerij gebruikt is, en daarenboven nog zoo dikwijls. De honden die Bouncer niet in hun stamboom hadden, toonden allen tenminste een uitstekend type en waren echte Gordons zonder al te grof te worden. Bouncer heeft in deze kennel m.i. veel kwaad gedaan.
Een van de mooiste en meest luxueuze kennels waren de Borrowdale kennels van Mrs. M. Ogden. In het prachtige Cumberland, aan de rand van het idyllische Derwentwater, lagen de kennels op een prachtige plek half tegen de helling van de het meer omzoomende heuvels. Ik schat dat ongeveer 40 Ieren in de kennels gehuisvest waren. De kennels bestonden uit 2 groote steenen loodsen en eenige afzonderlijke hokken. De loodsen bevatten ieder 6 of 8 nachthokken met ruime open rennen. In elk nachthok is een verhoogde houten bench. De vloeren zijn van tegels. Elk nachthok heeft electrisch licht en een waterkraan. Het geheel is centraal verwarmd. In een der loodsen is een afzonderlijke poetskamer met apotheek en frigidaire om het vleesch te bewaren. Een buitengewoon mooie, haast te overdadige inrichting.
De eerste honden die mij getoond werden waren de zeer bekende tentoonstellingswinnaars Borrowdale Gunther en Borrowdale Brangane. Beiden stammen uit een nest van Rheola Benedict, uit de onvergetelijke Ch. Norna. Dit nest, dat 6 puppy’s telde, is in zijn geheel in de kennels gehouden en bestaat behalve uit boven 2 genoemde, nog uit Borrowdale Don Juan, Borrowdale Tosca, Borrowdale Aida en een teef waarvan ik de naam niet weet, die helaas ten gevolge van de hondenziekte, zoo goed als blind is. Deze 6 lieren vertoonen een gelijkheid in type dat haast onbegrijpelijk is. Het zijn allen ideaal lieren, ieder voor zich goed genoeg het tot Champion te brengen. De beste van dit uitgelezen stel was, naar mijn idee, Don Juan, een reu zoo mooi, als ik er geen in Engeland zag. Helaas was hij wat angstig. Eenmaal werd hij op een tentoonstelling uitgebracht en aldaar had zijn eigenaresse de pech dat Juan, die toch al niet overmoedig was en een tentoonstelling maar een matig genoegen vond, bovendien nog door de keurmeester met een sigarette op zijn neus werd gebrand! Dit was voldoende om hem zijn beetje vertrouwen ook nog te doen verliezen. De mooiste teef van het nest is Brangane, een hond met adel en een wijze van zichzelf showen die schitterend is. Zusje Tosca is wat forscher maar desondanks zou ik Brangane prefereeren. Borrowdale Brack, de jonge aanwinst van de kennel, die reeds een c.c. behaalde, is, hoewel een zeer mooie Ier, in dit gezelschap een ietsje „gewoon”, vooral in hoofd. Hij is een zoon van Borrowdale Jake.
Dan was er nog de beroemde Ch. Menafron Pat O’Moy. Een Ier, buitengewoon forsch, pracht bone, maar voor zijn leeftijd wel erg oud. Borrowdale Baronet, een andere reu, zoon van Danny O’Moy (nestbroeder van Norna) had een pracht lichaam, maar zijn hoofd, met vrij veel lip en vrij diepe stop, deed mij een beetje „Engelsch” aan. Een zeer fraaie teef is nog Ch. Borrowdale Carmen, ook al een Norna nakomeling, doch van Pat O’Moy. Zij heeft een uitmuntend lichaam, beenen en voeten, doch zag ik liever het hoofdtype van het nest van Benedict. Een prachtig stel was een nest van nu nog 5 pups, ongeveer 10 maanden oud, van Gunther en een teef, zuster van Borrowdale Jake. Weer zoo’n miraculeuse gelijkheid in type, allen met prachtig bone en volkomen recht van beenderen.