Als fokreu heeft hij zich nooit mogen bewijzen, slechts tweemaal werd hij vader. Jaloezie was ongetwijfeld de grootste drijfveer van anderen om hem niet te gebruiken. De tweede generatie van de kruisingen was zonder meer slecht te noemen en na een paar jaar experimenteren zag men toch in dat het kruisen van de twee typen niet het gewenste resultaat opleverde.

Hans Sleegers importeerde nu uit Amerika meer honden die weliswaar Amerikaans waren maar toch de toets van de Engelse rasstandaard konden doorstaan. De allermooiste hiervan was zondermeer de orange belton reu kamp. Fieldplay’s Key Coloration.

Ook uit Engeland werd weer veelvuldig geïmporteerd en dat dit met veel inzicht werd gedaan bleek wel toen deze importen op de tentoonstelling uitkwamen. Na de jarenlange overheersing door ‘de Amerikanen’ konden de Engelse importen weer een stevige partij meeblazen en waren de meest recente Engelse Setters die de Nederlandse kampioenstitel verworven alle uit Engeland afkomstig. De beste Engelse Setter van 1996, kamp. Hawklawn Sheer Vanity W ’95, is een van die importen.

Inmiddels waren er na een lange periode ook weer Engelse Setters op de veldwedstrijden te bewonderen. Dit was te danken aan de tomeloze inzet van mevr. Ponsioen. Nadat ze midden jaren zeventig al had geprobeerd om showhondjes het nobele veldwerk te leren, importeerde zij in 1980 Roan Gentle’s Agreement uit Engeland. Deze reu was een echt op het werk gefokte hond. Uit Engeland kwam vervolgens de teef Jonsmae Robynn. Doordat mevr. Ponsioen in heel Europa deelnam aan veldwedstrijden kwam zij in contact met Franco Francini uit Italië. Deze Francini had een wereldreputatie als fokker en voorjager van de Engelse Setter, en ook bij hem kocht mevr. Ponsioen honden. Door deze goede importen en doordat mevr. Ponsioen inmiddels aardig wat ervaring had opgedaan, werden al gauw de eerste kwalificaties binnengehaald. Ook bleken de importen hun werkkwaliteit goed te vererven. Toen mevr. Ponsioen zich dan ook, onder kennelnaam ‘Bynndale’, op het fokken ging toeleggen bleek al gauw dat de combinatie van de Italiaanse met de Engelse importen goede werkhonden voortbracht.

Jammer genoeg heeft mevrouw Ponsioen zich om gezondheidsredenen terug moeten trekken uit het fokken en het africhten van de werkende Engelse Setter. Gelukkig zijn er inmiddels meer mensen gedrogeerd van deze gezonde buitensport en zijn de Engelse Setters in het veld weer geduchte concurrenten van de overige Engelse staande honden.

Slot

Na dit overzicht van de geschiedenis van de Engelse Setter in Nederland zijn we aangeland in 1997. Over de gehele wereld vindt men Engelse Setters die hier gefokt zijn, dit was wel eens anders. Op de tentoonstelling zien we steeds meer eenheid in type, dit was ook wel eens anders. Er is een nieuwe generatie keurmeesters die echt geïnteresseerd is in het ras en de rasstandaard toepast binnen de daarin gestelde marge’s, ook dit was wel eens anders. Op de veldwedstrijden weer Engelse Setters, als beeldschone uitslovers, het spel op de wind als winnaar weten af te sluiten, ook hierin is veel veranderd.

Wat bleef was een imponerend ras met een adellijk hoofd en een zachte melancholische uitdrukking, elegant van bouw, soepel en gracieus in beweging, een ras dat altijd gevrijwaard bleef van ernstige erfelijke aandoeningen. Nog steeds is de Engelse Setter de aristocraat onder de jachthonden. Laten we met z’n allen proberen dit zo te houden.