1950 - 1997

Begin jaren vijftig was het armoe troef voor de Engelse Setter in Nederland. Het ras was nu in handen van een klein maar overigens zeer enthousiaste groep liefhebbers die door mevr. van Leijenhorst-van de Zwan bijeen werd gehouden.

Mevr. M. van Mourik-Tondu importeerde in 1957 uit Engeland Shiplake Spring Blossom, in '58 gevolgd door Shiplake Supersonic en er kwam weer leven in de brouwerij. Supersonic bleek in zijn eentje in staat om de Engelse Setter weer in de schijnwerpers te plaatsen. In twee jaar tijd won hij tien maal het CAC, werd twee maal tweede en één maal eerste van de groep en in Rotterdam 1960 werd hij op een na beste van de gehele tentoonstelling. Het leek wel of het Engelse Setter wereldje op deze impuls gewacht had. In rap tempo werd er geïmporteerd vanuit Engeland en deze importen waren van een dusdanige kwaliteit dat zij de Hollandse fokproducten al gauw in de schaduw zetten. Alleen de teef Waterwonder, gefokt door mevr. Krans en eigendom van mevr. Augustijn-Brumsen, kon in deze importen nog goed partij geven, wat beloond werd met het Nederlands kampioenschap in 1965.

Intussen had ook mevr. Liestert haar kennel 'Fantail' met drie importen nieuw leven ingeblazen. Het waren Shiplake Marygold en Boisdale Angus en zijn nestzus Boisdale Averil. Alle drie zouden ze Nederlands kampioen worden. Angus won in '65, '66, '67 en '69 de Winnertitel en werd vader van drie Nederlands kampioenen.

In diezelfde periode haalde mevr. Liestert uit Engeland Sh. Ch. Noyna Gazelle die drachtig was van Sh. Ch Elswood Renmark Baronet. Hieruit werden drie reuen geboren, Fantail's The Boss, Taffy en Twinkle. Vooral de laatste zou later een goed vererver blijken. Hij gaf mooie gelijkmatige nesten, veel body en bone en een prachtige beharing maar ook vaak zijn slechte gebit (ondervoorbijten). Hij werd uiteindelijk vader van vier Nederlands kampioenen. De belangrijkste hiervan was Fantail's Xenia. Deze teef was eigendom van de fam. van Genechten uit België en zou later de stammoeder worden van hun 'de Volmolen' kennel.

Gamesmanship Lancelot

Fieldplay's Key Coloration

Hawklawn Sheer Vanity Winner '95

In combinatie met Ned. kamp. Fantail's Raff bracht zij vijf Nederlands kampioenen voort waarvan dochter Cleo van de Volmolen op haar beurt, in combinatie met Ned. kamp. Fantail's Yeo, vier definitief kampioenen ter wereld bracht. In combinatie met Fantail's Valeska gaf Fantail's Twinkle, Alure- en Baronet van de Zuidwesthoek gefokt en eigendom van mevr. Huygens-van Zwienen. Fantail's Valeska was een dochter van Fantail's Taffy, een nestbroer van Twinkle, en Boisdale Drift. Uit Boisdale Drift fokte mevr. Liestert haar vierde kampioen van Fantail's Twinkle namelijk Fantail's April Morn. In 1983 werd een kleindochter van Fantail's Twinkle, Ned. kamp. Bianca NHSB 973335, wereldkampioen en ze was hiermee de eerste in Nederland gefokte Engelse Setter die deze titel won.

In Arnhem was intussen de heer Wunderink gestart met zijn 'Arnhemset' kennel. Hiervoor had hij de reu Attleford Silver Button en de teven The Red Witch of Ashpenda en Monksriding Cinderella uit Engeland gehaald. Alle drie werden zij Nederlands kampioen en Attleford Silver Button wist zelfs op de Winner van 1976 nog op twee na de beste van de show te worden. Uit deze drie honden fokte hij twee definitief kampioenen, Arnhem's Fast Baronet en Arnhemset's Pirate Bird.

Henk Wunderink verbleef slechts kort in het Engelse Setterwereldje en heeft als fokker niet zo'n geweldige bijdrage aan het ras geleverd. Als exposant des te meer. Hij was het die zijn honden op en top toiletteerde en voorbracht, iets wat tot die tijd altijd een stiefkindje was geweest. Men rommelde maar wat aan in de ring. Door het succes dat hij mede hierdoor had werd dit algauw geïmiteerd en tegenwoordig worden er zelfs honden overtrimd wat bij bekwame keurmeesters weleens de hoogste kwalificatie kost.

Monksriding Cinderella Eig. Henk Wunderink

Precies honderd jaar nadat C. J. van der Vliet met de Engelse Setter begon, kregen we een nieuwe pionier in de persoon van Hans Sleegers. Deze importeerde midden jaren zeventig een orange belton teef uit Canada, Leighton's Cinema Star. Deze teef week in type nogal af van wat wij hier gewend waren. Ze was lichter gebouwd, had 'n vrij vlakke ribbenkast, was stijl in de voorhand en had een lang droog hoofd met een vrij harde expressie. Voor de meeste exposanten stond wel vast dat dit type hond in Nederland geen voet aan de grond zou krijgen. In het begin van haar carrière werd Cinema Star door de keurmeesters volkomen genegeerd totdat ze in 1978 Luxemburgs kampioen werd en zodoende in de kampioensklas mocht uitkomen. Dezelfde keurmeesters die haar eerst niet zagen staan prezen nu ineens haar kwaliteiten, iets wat voldoende zegt over de bekwaamheid van sommige keurmeesters. In 1979 werd Leightons Cinema Star Nederlands kampioen.

In datzelfde jaar importeerde Hans Sleegers uit Canada de teef Culmstock Leighton Blaze die drachtig was van Am. Can. Ch. Leightons Top Choice. De eerste zes 'Fairray'pups waren geboren maar deze konden later op de tentoonstelling echter geen potten breken. Een teef uit dit nest zou als fokteef een zeer prominente rol gaan spelen. Eind 1981 kreeg Culmstock Leighton Blaze een nest van Prairie's Peaches and Cream, een Amerikaanse import die in Zwitserland bij Franco Rubinato zat. Deze keer was het wel raak, van de twaalf pups die er geboren werden zouden er vier Nederlands kampioen worden.

Twee teven hiervan waren eigendom van Truus van Holland en alle twee werden zij in Nederland bekroond met een Best in Show. Fairray Charming Orange Fana in 1984 te Leeuwarden en Fairray Charming Orange Daisy viel deze eer te beurt tijdens de tentoonstelling te Zuidlaren in 1985. Fana werd de stammoeder van de 'Finesett' kennel van Truus van Holland en ze bracht vijf Nederlands kampioenen voort. Met honden uit de 'Finesett' kennel startte mevr. Huizer haar inmiddels bekende 'Blockhuys' kennel. De combinatie van Prairies Peaches and Cream x Culmstock Leighton Blaze zou nog eenmaal herhaald worden waar nog twee Nederlands kampioenen uit kwamen.

De trend naar een ander type Engelse Setter was gezet. Natuurlijk had Hans Sleegers ook het goede moment mee. Allereerst haakte in die jaren veel oude exposanten en fokkers af en de jongeren beschikten over steeds meer geld en vrije tijd en konden zich gemakkelijk een hond permitteren. Kennis van het ras hadden ze niet of nauwelijks, maar ze vielen voor de glamour van het Amerikaanse type, iets wat nu eenmaal ontbrak bij het Engelse type. Nu was Hans niet alleen een kundig fokker, hij had ook een goede neus voor public relations en algauw werd de Engelse Setter ring gedomineerd door zijn 'Fairray' Setters.

De mooiste hond die Hans Sleegers ooit fokte was ongetwijfeld Fairray Manolito door kamp. Bandit Fairray le Foyerdusetter uit kamp. Fairay Gallant Orange Glitters. Een orange belton reu van een gewone, gemiddelde grote met een prachtige beharing. Hij had een magnifiek hoofd met de geëiste ovale schedel, iets wat bij de Amerikanen nauwelijks voorkomt. Zijn gangwerk was een lust om te zien, veel drive en licht als een meertje ging hij door de ring. Fairray Manolito kwam door een ongeval echter veel te jong om het leven.

Uit Amerika werd steeds nieuw bloed geïmporteerd, vaak door mensen die niet gespeend waren van enige kennis van het ras. Amerika heeft een eigen rasstandaard voor de Engelse Setter, wat tot gevolg heeft dat de honden daar nogal afwijken van de Engelse rasstandaard die hier van kracht is. Op een gegeven moment leken, door de importen uit Amerika, de Engelse Setters in Nederland dan ook meer op bonte Ierse Setters. Zelfs Hans Sleegers zag in dat het overdrijven, wat in Amerika bij alle rassen immers standaard is, niet goed was voor het ras en hij begon honden van het oorspronkelijke Engelse type in te fokken. Inmiddels waren er meer vooruitstrevende fokkers die wel het goede van de Amerikanen wilden inzien en deze in hun Engelse lijnen inkruisten. Mevr. van Heugten-Maas met haar 'Flaming Star' kennel was eigenlijk de enige die hier succes mee had. Zij had een teef, Fairray Orange Lady, uit het eerst genoemde nest van Hans Sleegers en liet deze dekken door Fairwind van de Zuidwesthoek een puur Engels gefokte reu. Uit deze combinatie werd King Snowflake of the Flaming Star geboren. Deze reu had het uiterlijk van een Engels type hond maar was in zijn belijning wat strakker en had nogal wat meer temperament dan we van de Engelse gewend waren. King begon zijn tentoonstellingscarrière goed maar door 'n ongeval raakte hij een paar tanden kwijt, wat het afscheid van de showring betekende. Als fokreu bleek hij later van onschatbare waarde. Hij werd diverse keren gebruikt op teven van het Engelse type en hieruit kwamen vier Nederlands kampioenen waaronder de meest winnende Engelse Setter in Nederland ooit, Gamesmanship Lancelot, van fokker/eigenaar Ann en Rob Thomas-Knaepen. Deze blue belton reu won onder andere 29 x het CAC in Nederland, 5 x de Winner-titel en werd in 1991 en '92 Wereldkampioen. Vier jaar lang domineerde hij, met zijn elegante verschijning, de Engelse Setterring. Zelfs in Engeland werd in Our Dogs een heel artikel gewijd.