Na de beschouwing over de Setter van Ierland, moeten we ons in gedachten verplaatsen naar Schotland. De Setter uit dat land is genaamd Gordon Setter. We kunnen nu lezen, wat de heer van Schuppen ons daarover te vertellen heeft.

De Gordon Setter zoals afgebeeld op de oude, maar zeer fraaie foto's 7 en 8 laat ons weer een heel ander type hond zien dan wij heden ten dage gewend zijn. De Gordon van deze tijd moet de grootste zijn van de drie variëteiten. Het moet een flink uit de kluiten gewassen hond zijn met zware botten. Zijn kleur moet altijd zijn zwart met bruin, hetgeen wij tan noemen. Tan is roodbruin. Deze tan-kleur moet duidelijk zichtbaar zijn op de benen en aan het hoofd. Hij is zoals de andere Setters een voorstaande hond, die het eerst gemeld wordt vanuit Schotland. De hertog van Gordon hield reeds in het begin van de 19de eeuw dunker gekleurde Setters, waarvan de meesten het black and tan patroon lieten zien.

Men noemde deze honden "black and tan Setter". Later heeft de Kennel Club weer de oude naam Gordon Setter gebruikt. In 1665 maakte Markham "A Treatise of Field Diversions" reeds melding van Black and Tan Setters. In het jaar 1820 gebruikte de Duke of Richmond een Collie teef, die door zijn schaapherder werd afgericht voor de jacht en welke voorstond. Men zegt, dat zijn honden licht gebouwd waren en hun werk met plezier deden. Nu moet u niet denken, dat zo'n Collie leek op onze huidige Collies. Het waren zware honden met hangende oren. Nakomelingen van deze kombinatie hadden natuurlijk ook wel eens wit, maar men vond dit toen geen bezwaar, daar deze honden in het veld beter zichtbaar waren. In 1836, na het overlijden van de laatste hertog van Gordon, werden de honden, waaronder ook diverse driekleuren waren, in het openbaar verkocht. De prijzen liepen van 15 guineas tot 80 guineas. Deze hoogste prijs werd betaald voor Crop, een black and white, die n.b. door een fret een oor was afgebeten. Laverack vertelt, dat hij bij zijn bezoek op Gordon Castle in 1829 enige black and tans had gezien. Enige jaren later waren alle honden, die de kennelknecht Jubb hem liet zien, black and tan. Door de kruising met de Collie waren veel exemplaren wat licht van bouw geworden, dit heeft men later weer gecorrigeerd door het inbrengen van de Bloedhond en de Foxhound. Toen bleek, dat diverse exemplaren te grof werden, heeft men weer de Ierse Setter te hulp geroepen. Naar men zegt is het hierdoor te verklaren, dat er zo nu en dan rode Gordons in de nesten voorkomen.