De eerste dag dat ik weer op mocht staan konden we Ike du Long Spinoy afhalen. Hij was toen 3 maanden, kwam parmantig naar me toelopen. Een maand later zou Miss Lewis een hondje oversturen. Ze schreef dat ze zo'n mooi "couple" had, of ze beide mocht sturen. Hoewel ik nooit interesse voor teefjes had, stemde ik toe. We gingen naar Schiphol om ze af te halen. Het mandje stond tussen allerlei exotische dieren, meest vogels. Toen het deksel openging wist ik niet wat ik zag, zo iets moois.
Onderweg was het reutje wat traag en wilde niets eten, terwijl het teefje zeer levendig was en maar koekjes at. De volgende dag dus maar de dierenarts raadplegen. Hij wilde niet meteen een injectie geven, zei "Ik wil eerst zekerheid."
Een dag later moest hij toegeven dat het hondje waarschijnlijk onderweg besmetting had opgedaan. We probeerden hem te redden en dachten een zeker ogenblik dat het was gelukt, toen hij toch plotseling stierf. Ik was er kapot van en kon het zusje niet meer zien. Ook voor Miss Lewis was het een vreselijk bericht. Maar het leven gaat door en de andere twee pups vroegen mijn aandacht. Ze groeiden voorspoedig op en waren grote vrienden. Toen meesten ze na een jaar ook maar eens naar een tentoonstelling om te zien wat ze waard waren. Het teefje liep zo fantastisch dat de heer Alofs haar het kampioenschap gaf. Natuurlijk was er ook kritiek, de heer Verwey werd erbij gehaald en naar zijn mening gevraagd. Hij bekeek ze serieus, zei "een typisch Miss Lewis hondje, U moet met deze twee zeker gaan fokken". Dit was nooit mijn bedoeling geweest, doch nu gebeurde het, toen ze er de leeftijd voor hadden. Het was een bijzonder goed nest en Felicitous was een heel goede moeder.
Er kwam nog een tweede, ook heel goed nest van deze twee, toen kwam ze op A.O.W. Meermalen heb ik nadien goede importhonden gehad van passend bloed, toch ben ik hier altijd een beetje angstig voor. Men haalt er zo gauw iets in, hetzij dan in kleinigheden, wat men er zelf niet in heeft.