Nog steeds was het doodstil, totdat er iemand zijn boterhammetje, van het schaarse rantsoen wat we toen nog hadden, ging eten, er een stukje afbrak en het aan mijn hond gaf. Het ijs was gebroken. De Engelse Setter had weer gewonnen.

Hoewel met vertraging, bereikten we Assen, maar de laatste bus was vertrokken. De enige bus die er nog stond ging juist vertrekken naar een andere richting, maar we konden met deze nog een eindje mee. Moesten in Borger uitstappen. 't Was midden in de nacht, alles in diepe rust en zat er niets anders op dan verder gaan lopen. Een lange eenzame weg, maar met maanlicht. Trouw liep Hansje netjes naast me, 't was of we altijd samen waren geweest. Zo nu en dan keek hij even vragend naar me op omdat de wandeling wel wat lang duurde, maar we kwamen veilig thuis, allebei blij te kunnen gaan slapen.

Toen hij oud werd kreeg hij een evenwichtsstoornis. De dierenarts bracht het weer in orde, maar na een tijdje kreeg hij het weer. Nu zei de dierenarts: "ik kan niets meer voor hem doen, het kan nooit meer iets worden. Het enige wat ik nog kan doen is een laatste injectie geven, als U dat wenst." Maar dat wenste ik niet. De mand werd midden in de kamer gezet, in een ruime kring, canapé, stoelen, haardschermpje er om heen, zodat hij niet tegen de hete kachel of ergens anders tegenaan kon vallen. Ik sliep op de canapé zodat ik steeds kon helpen als dat nodig mocht zijn. Er kwam geen druppel meer in, soms lag hij in koude rillingen, dikwijls leek het alsof hij dood was en zagen we hem niet meer ademen. Maar als ik dan bij hem neerknielde en mijn hand op zijn lichaam legde, was het net of er weer leven in kwam. Na enige tijd kende hij mij weer, nu moest ik zien er iets in te krijgen. Eerst perste ik wortelsap, gaf een theelepeltje, 't lukte. De volgende dag schrapte ik wat biefstuk, gaf een theelepel in, werd geaccepteerd. Ik dacht dat het nu ook wel zou gaan met een stukje gewoon rundvlees af te schrappen, gaf een theelepel, even ging hij neuzen, neen, ging niet door.

Toen maar weer biefstuk, weer neuzen, nu was het weer ja. Dit frappeerde mij. Elke dag kwam er nu iets meer in, langzamerhand konden we op normaal voedsel overgaan, hij werd helemaal weer beter en ging weer mee wandelen.

Nogmaals had ik in de periode van Hans een advertentie in de Ned. Jager gezien van een te koop aangeboden Engelse Setter, ditmaal was het in Overijssel. Ook deze hond werd meegenomen, hoewel het me leek dat er ander bloed in zat. Aanvankelijk dacht ik Pointerbloed, doch na herkomst onderzocht te hebben, bleek dat het Drentse Patrijs was. Ook Hans had niet het eeuwige leven en na zijn dood was het even weer "setterloos".

Wegens familieomstandigheden kon ik nergens naar toe voor informatie, maar toen dat weer mogelijk was, zou het dan echt gebeuren. Van de heer Verwey kreeg ik adressen van alle vooraanstaande kennels in Engeland. Zelf had ik op de tentoonstelling in Gent, twee in België gekregen. We reden via België voor de oversteek Calais-Folkestone.

In Waterloo bleek maar één setter aanwezig te zijn. In Ecaussinnes vertelde Mad.elle Duray dat ze van haar beide, ook in Nederland zeer bekende kampioen- en Suntop Bluestar en Suntop Snowbunting een nestje verwachtte. De gehele reis had ik vreselijk hinder van mijn rug, dacht dat het oververmoeidheid was maar bij aankomst in Engeland werd besloten toch maar even een arts te raadplegen. 't Bleek dat ik shingles(gordelroos) had, moest dus eigenlijk meteen terug. Ik bleef nog een dag en verzocht mijn familie waar ik logeerde, met me naar de Fermanar kennel van Miss Lewis te rijden, de andere waren allen te ver weg. De honden werden één voor één voorgeleid. De blue belton die ik graag wilde was niet te koop, de lemon die wel te koop was, was niet mijn keus.

Ze beloofde me te zullen berichten als ze iets had of wist wat ik zocht. 't Werd een pijnlijke terugtocht en een paar maanden heb ik met die gordelroos het bed moeten houden. Maar vanaf bed hield ik contact met Mad.elle Duray en Miss Lewis, hetgeen resulteerde dat ik van beide een reutje kon krijgen.