TRAINING EN OPVOEDING De Engelse Setter is geen lastige hond. Doordat hij gevoelig is en niet fel, is hij niet moeilijk op te voeden. Dit betekent echter niet dat hij voor iedereen geschikt is. Mensen die de neiging hebben om een hond te willen drillen teneinde hem perfect te laten luisteren, kunnen beter een ander ras (of beter: helemaal geen hond) kiezen. Maar mensen die te zachtaardig en misschien ook wat besluiteloos van aard zijn, zijn ook geen ideale match. Juist doordat deze Engelsman een wat voorzichtige inborst kan hebben, vaart hij wel bij een eigenaar die met zachte hand sturing geeft en hem niet maar wat laat aan dobberen. Inconsequente opvoeding zorgt er niet voor dat hij een agressieve huistiran wordt, maar wel voor onzekerheid en slecht luisteren. Want als niemand duidelijk leiding geeft, dan weet deze Setter het ook niet meer...

Het trainen van deze Setter is niet zo'n probleem. Tenminste, dat heeft natuurlijk ook met het verwachtingspatroon te maken. Het is immers wel een hond die gefokt was om ooit redelijk zelfstandig door bos en veld te struinen op zoek naar gevogelte. Slaafse gehoorzaamheid en op topniveau meedraaien met een GG3 programma zal er dan ook niet zo snel in zitten. Helaas vatten sommige mensen dit soort raseigenschappen op als: 'Ach, het is een eigenwijze hond dus heeft trainen ook niet zo veel zin', en dat zou jammer zijn. Niet in de laatste plaats voor de hond zelf omdat dit er uiteindelijk vaak op neerkomt dat hij nooit lekker los van de lijn mag lopen, hij luistert immers niet? Nee, hij heeft het ook nooit (goed) geleerd!

De Engelse Setter is, ondanks dat hij zich graag laat afleiden, prima op te voeden door middel van een positieve training. Hij leert met behulp van de clicker razendsnel wat er van hem verwacht wordt. De basiscommando's zijn bij hem dan echt niet moeilijker aan te leren dan bij andere rassen. Wanneer men dan ook het Hier-commando onder alle omstandigheden oefent en blijft trainen, dan kan ook deze struiner prima leren komen als hij geroepen wordt.

BEWEGING Als jachthond zijnde, is de Setter een afstandsloper. Niet vlak naast of achter zijn eigenaar, hij is immers geen herder, maar een stukje bij hem of haar vandaan lekker door de struiken struinen; dat is waar deze hond van houdt. Lange wandelingen, los van de lijn en af en toe een oefeningetje om de aandacht en de band goed te houden, is wat hij vraagt.

Honden uit de jachthondenlijnen presteren nog prima bij jachthondentrainingen, maar de showtypes hebben niet persé veel denkwerk of vervangend werk nodig, met het baasje kilometers maken in bos, heide of park is meer hun ding. Wanneer ze zich dan een uur tot anderhalf uur per dag hebben mogen uitleven en indrukken hebben kunnen opdoen, zijn ze voor de rest rustig en tevreden in huis.

GEZONDHEID EN VERZORGING De Engelse Setter kent, net als de meeste grotere rassen, HD in beperkte mate. Wat helaas regelmatig voorkomt, zijn huidklachten. Overgevoeligheid voor voedsel of omgevingsfactoren hebben hun weerslag op de huid en vacht. Ook komen er af en toe eenzijdig of dubbelzijdige dove honden voor. Dit heeft, net als bij de Dalmatische Hond, te maken met de kleur. De vereniging is nu bezig om de BEAR-test in te voeren voor pups.

Voor een groot ras worden deze honden vrij oud: de leeftijd van dertien tot veertien jaar kunnen ze gemakkelijk bereiken.

Qua verzorging stelt de hond niet veel eisen: af en toe kammen. Vooral de bevederde delen zoals broek, borst- en buikhaar en het zachte haar bij de oren goed bijhouden. Wel is het aan te raden om de hond eens per drie maanden te (laten) trimmen en de oren regelmatig te controleren en schoon te houden.

Al met al is de Engelse Setter een zachtaardige, tikje eigenwijze, niet te veeleisende huishond. Een heerlijke kameraad voor diegenen die dat weten te waarderen.

Tekst: Hanneke Reitsma | Foto's: Ria van Middelaar-Froma | Met dank aan: kennel Sunflame en kennel van de Trendsetters 

Bron: Hondenmanieren/2009
Het tijdschrift Hondenmanieren is eind 2017 opgeheven.