GEZINSHOND
De Engelse Setter is al zo lang gefokt op zachte karaktereigenschappen dat hij daardoor een heel aangename gezinshond is. Hij heeft nauwelijks de neiging om te domineren en laat zich veel welgevallen van kinderen. Misschien wel te veel. Hij bijt niet zo snel van zich af en daardoor zou wel eens de indruk kunnen worden gewekt dat hij het ideale speelgoed is. Het is dus de taak van de ouders om de hond in bescherming te nemen. In een gezin met drukke en wilde kinderen komt de Engelse Setter niet tot zijn recht. Door zijn gevoelige aard, kan dit echt te veel van het goede zijn, en het resultaat is dan een onzekere hond die zich alleen maar wil onttrekken.
Maar wanneer kinderen goed leren wat je wel en niet met een hond kunt en mag doen, dan is hij hun beste maatje. Vriendjes en vriendinnetjes zijn net zo welkom als de eigen kinderen. De neiging om zich met woeste spelletjes te gaan bemoeien of om het eigen kind te beschermen is hem vreemd. 'Ik doe lief en respectvol tegen jou, dus please, behandel mij net zo', lijkt zijn devies. De Setter is niet of nauwelijks waaks, de meeste honden, een uitzondering daargelaten, blaffen niet veel.
SOCIALISATIE
Het ras kent weliswaar geen problemen waardoor het maatschappelijk ongewenst gedrag vertoont en op de 'zwarte lijst' belandt, toch zijn er aandachtspunten. Want een Setter als dit, die de neiging heeft niet al te zeker en overgevoelig te zijn, heeft wel een goede socialisatie en begeleiding nodig. Voor de hond zelf is het namelijk helemaal niet leuk om snel onzeker of zelfs bang te zijn.
Neem daarbij het aandoenlijk droefkijkende langorige spikkelhoofdje van zo'n Setterpup en voordat je het weet, is de neiging ontstaan om het te erg te behoeden voor alle gevaren die het leven met zich meebrengt. Natuurlijk hoeft hij niet voor de leeuwen gegooid te worden, maar veel meenemen, eventueel op de arm voordat hij schrikt (!), hem de tijd gunnen om alle nieuwe prikkels in zich op te nemen, is wel heel essentieel.
En dit alles wel het liefst vanaf een jonge puppyleeftijd. Het is dan ook heel jammer dat het advies vanuit de vereniging lange tijd geweest is, en eigenlijk nog is, om de pups zeker tot tien weken bij de fokker te houden. Als zo'n fokker zich heel sterk maakt voor de socialisatie en vanaf, zeg zeven weken of liever nog eerder, dagelijks met de pups op pad zou gaan en een verrijke omgeving zou aanbieden, dan hoeft dat geen probleem te zijn. Maar gezien de gemiddelde nestgrootte van Setters – vaak meer dan tien pups – is de kans groot dat dit niet of onvoldoende gebeurt.
Voor een optimale socialisatie en habituatie is het dus beter dat ook Setterpups, net als andere rassen, vanaf een week of zeven-en-half of acht lekker op stap kunnen met hun nieuwe eigenaren. Dat geeft hen een betere start in onze big big world.
ANDERE DIEREN
Een Engelse Setter voelt zich fijn met soortgenoten als huisgenoot en, doordat hij een vrij gemakkelijke hond is, gaan veel eigenaren al snel overstag tot het nemen van nog een bontgekleurde pup. Raadt men het doorgaans af om honden van dezelfde sekse in een huis te houden, bij deze Engelsen gaat dit meestal goed. Meerdere reuen of teven bij elkaar is alleen maar reden tot meer vreugde, behalve natuurlijk als er wat te verdedigen valt zoals een loopse teef o.i.d.
Ook naar vreemde honden in het park, stelt deze Setter zich meestal vriendelijk op. Niet overdreven rondspringen, platwalsen en met een bord voor de kop door blijven gaan en al helemaal niet te provocerend of agressie tegen soortgenoten. Welnee. Gewoon even voorstellen, een kort beleefd praatje maken, geheel volgens het Engelse protocol, is zijn stijl. Dan vervolgt ieder weer zijns weegs. Er valt immers veel te ontdekken en te besnuffelen in bos en park.
Wanneer hij echter met zijn roedeltje Engelsen op pad is, dan wil hij wel even zijn staart wat hoger houden en indruk maken. Opdat anderen maar weten dat ze samen sterk zijn. Maar zelfs dan zal hij eerder eieren voor zijn geld kiezen en zijn staart laten zakken als de andere partij dit verkeerd opvat. Hij heeft een hekel aan echte ruzie.
Ondanks dat de Engelse Setter van oorsprong een jachthond is, is het geen verwoed jager. De meeste honden, en dan vooral de honden uit showlijnen, zijn al een beetje vergeten dat ze een jachthondenfunctie hadden. En anders kan de eigenaar dit bij de pup consequent bijbrengen. Honden uit jachtlijnen hebben, logischerwijs, meer de neiging om zelfstandig achter wat interessante luchtjes aan te gaan. Vooral in het bos ligt de verleiding natuurlijk op de loer. Maar ook deze types zijn wel trainbaar, hoe deden de jagers dat anders?
Engelse Setters zijn zacht in de bek en felheid is hen doorgaans vreemd. Huisdieren zoals katten, konijnen en andere dierlijke medebewoners, worden dan ook niet bejaagd maar horen er gewoon bij.