FOKKEN & DNA TESTEN
In veel andere FCI-landen (Fédération Cynologique Internationale) zijn verplichte DNA-testen al jaren de standaard om met een hond te mogen fokken en stambomen te krijgen. De FCI laat de invulling van de exacte regels over aan de nationale kennelclubs (zoals de Raad van Beheer in Nederland). Hierdoor verschilt de aanpak per land, maar er is een duidelijke trend zichtbaar:
1. Verplichte afstammingscontrole (DNA-profiel) Veel grote FCI-landen verplichten — net als Nederland sinds 2014 — een DNA-profiel van de ouderdieren en/of de pups om fraude met stambomen te voorkomen. Dit gebeurt meestal volgens de internationale ISAG-normen (International Society for Animal Genetics), zodat profielen over de grens uitwisselbaar zijn. Duitsland (VDH): Duitsland loopt hierin al heel lang voorop. Bij veel rasverenigingen onder de VDH (de Duitse kennelclub) is een DNA-profiel (identiteitsbewijs) al decennia verplicht voordat een hond überhaupt wordt goedgekeurd voor de fok (Zuchtzulassung). Bij een ras als de Duitse Herder (via de SV) is dit bijvoorbeeld al heel lang de streng gecontroleerde norm. Frankrijk (SCC): De Franse kennelclub verplicht voor een groot aantal rassen (en stamboomniveaus) dat de ouderdieren een geregistreerd DNA-profiel hebben. Zonder gecertificeerde DNA-afstamming krijgen de pups vaak geen definitieve stamboomregistratie. België (KKUSH / Sint-Hubertus): Ook in België is voor de afgifte van stambomen een DNA-certificaat ter controle van de afstamming verplicht.
2. Rasspecifieke verplichte gezondheidstesten Naast de controle op wie de vader en moeder zijn, verplichten buitenlandse kennelclubs en hun rasverenigingen specifieke genetische gezondheidstesten (DNA-testen voor erfelijke ziekten). De FCI-fokreglementen schrijven voor dat dragers van ernstige monogene (door één gen veroorzaakte) recessieve ziektes alleen nog gekruist mogen worden met honden die vrij zijn van die mutatie. Om dit te handhaven, eisen buitenlandse rasverenigingen de testresultaten op vóórdat er een dekvergunning wordt afgegeven. Voorbeelden: DNA-testen voor prcd-PRA (een oogafwijking) bij diverse retrievers en spaniëls, of vWD (bloedstollingsziekte) bij Dobermanns zijn in veel FCI-landen keiharde voorwaarden om te mogen fokken. Wat betekent dit als je over de grens fokt? Als Nederlandse fokker die een buitenlandse dekreu wil gebruiken, loop je hier direct tegenaan. Omdat de Raad van Beheer een ISAG-profiel eist van de buitenlandse reu om de pups in Nederland te registreren, moet de buitenlandse eigenaar dat profiel kunnen aanleveren.
Gelukkig hebben veel dekreuen in landen als Duitsland, Frankrijk en Scandinavië dit vanwege hun eigen nationale regels al standaards klaarliggen.